|
Naar alle waarschijnlijkheid maakte Male reeds in de 9de eeuw deel uit van de Karolingische verdedigingslinie tegen de Noormannen. In de 12de eeuw werden de houten verdedigingstorens door een donjon in steen vervangen, andere gebouwen werden opgetrokken en bewoond door de grafelijke familie en hofhouding. Filip van den Elzas was de eerste graaf die te Male verbleef ( 1168-1191), heel de 13de en 14de eeuw verbleven heel wat graven te Male, getuige daarvan zijn de talrijke charters die te Male zijn uitgevaardigd. Graaf Lodewijk van Male vaardigde niet minder dan 261 charters uit te Male. Op 6 maart 1558 verkocht Filips II het kasteel aan zijn landvoogd voor de nederlanden : ridder Juan Lopez Gallo. Male werd toen een baronie, tot 1710 bewoonden erfgenamen van Gallo het kasteel . De nieuwe eigenaar baron Claesman verbouwde het kasteel in franse stijl met lusthoven, lanen en fonteinen. Na de franse revolutie lag het slot er vervallen bij, in 1840 werd het opnieuw bewoonbaar gemaakt. Tijdens de 2 wereldoorlogen kreeg het slot het bijzonder hard te verduren onder de Duitse bezetting , in 1952 verkocht Guido Baron Gillés de Pélichy het aan de abdij St-Trudo.
|
|